Na enige weken afwezigheid keerde ik afgelopen voorjaar terug op m’n werk met een baard. Direct kwam een collega op me af met de mededeling dat we bij ons op kantoor niet aan baarden doen. De collega’s zijn stuk voor stuk baardloos. Van een afdeling van meer dan vijftig mannen is er niemand met een baard. Eén snor hebben we trouwens wel.
Maar een snor maakt nog geen baard.
"Je komt er straks niet meer in als je geen blotebillengezicht hebt", aldus de eerder genoemde collega. Persoonlijk heb ik die term altijd al verafschuwd. Vooral na het zien van Mitchell & Webb’s “sensitive freakshow”. Inmiddels is de baard een stuk kleiner en korter geworden. Nu is het een in mijn optiek zeer beschaafde ringbaard van niet meer dan vier millimeter. Nauwelijks een baard te noemen. Meer een sterk gelokaliseerde five o'clock shadow. Eigenlijk.
