04 april 2008

Dat is een mening (2)

V: Meneer, ik ben van de NOS, mag ik u wat vragen?
A: Wel, ik moet eigenlijk nog even –
V: Vindt u dat het h-woord moet verdwijnen?
A: Eh, wel, nou, eh… Mijn buurman is van de verkeerde kant en wel, eigenlijk…
V: Ik bedoel de hypotheekrenteaftrek.
A: Oh. Ah, um, ik-eh…
V: Wat is uw mening daarover?
A: Nou, ik moet zeggen dat ik niet zoveel weet over de, eh… dat h-woord.
V: Zou het u verbazen als ik u vertel dat sinds de hypotheekrenteaftrek is ingevoerd, het land een jaarlijks een tekort op de begroting heeft van ruim tien miljard euro?
A: Oh, is dat zo?
V: Dat is zo.
A: Wel, ja. Ja, dat zou me best wel verbazen, ja.
V: En toch is het zo.
A: Wel, uhm, dat klinkt als veel geld, dus…
V: En zou het u verbazen als ik u vertel dat het aantal geconstateerde gevallen van hersentumoren bij eigenhuisbezitters sinds de invoering van de hypotheekrenteaftrek is toegenomen met acht komma drie procent?
A: Oh? Wel, ah… Um… Dat zou me wel een beetje verbazen, ja.
V: En toch is het zo.
A: Oh, nou, dat klinkt niet zo gezond.
V: Dus, dan vraag ik u nogmaals: vindt u dat de hypotheekrenteaftrek moet verdwijnen?
A: Wel, um. Ja, als het… Ik denk van… Ja. Ja, ik denk dat het tijd wordt, ja.
V: En waarom vindt u dat?
A: Wel, eh, nou, dat is gewoon mijn mening. Die hypo… hypotheker… Dat lijkt me alleen maar nadelen te hebben en, eh, wel…
V: Bent u in het bezit van een eigen huis?
A: Ja. Ja, dat is te zeggen… Ik huur een flatje in de binne—
V: En u bent tegen de hypotheekrenteaftrek?
A: Ja, ik geloof het wel. Ja.
V: Dankuwel voor uw tijd.
A: Geen, eh… Geen…
V: Mevrouw, ik ben van de NOS, mag ik u wat vragen?