23 juni 2007

Leesbaarheid

Ziehier de cover van het filosofieboek dat ik aan het dat ik aan het doorworstelen ben voor mijn tentamen donderdag:



"Uiterst leesbaar." Hmm. Lees eens een stukje met me mee.

"Het transcendentale ik is het ik, voorzover dit voorwaarde is voor de eenheid der kennis en zelf onvoorwaardelijk is. Elke denkact wordt immers noodzakelijk begeleid door de gedachte: ik denk. Hierin berust de eenheid der kennis (Apperception) die het knooppunt is, waarin alle vormen der kennis samenkomen. Aldus herleidt de apperceptie door middel van de kategorieën de ongeordende veelheid der indrukken tot geordend geheel van begrippen." (Pagina 113.)

Ik begrijp de woorden. Sommige verbanden begrijp ik ook, zoals: ik denk dat ik denk, dus ik denk. Samengevat in een moderne term: duh. Ik heb de zin nu al meerdere malen in stukjes gebroken, zoals een Canadese professor ooit aanraadde bij ingewikkelde teksten. Dus ik begrijp wat er staat. Maar tijdens het verwerken van studievragen, zet ik teksten vaak om in mijn eigen woorden. Dan snap ik het namelijk volgende maand nog.

Maar 272 paginas van deze hel? Zet dat maar eens in je eigen woorden. Het valt wel te ontcijferen, maar het gore lef van de uitgever om op de cover te zetten dat het "uiterst leesbaar" is, getuigt wel van een gotspe die me vroeger direct een boze brief zou laten schrijven naar Kok Agora in Kampen. Tegenwoordig uit ik dergelijke frustraties niet meer in een brief. Wat een vooruitgang.

Oh, wacht...