Vandaag had ik m'n beoordelingsgesprek voor mijn afstudeerproductie en ik moet zeggen dat ik behoorlijk opgelucht ben. Ik had namelijk troep afgeleverd. Dat zeggen mensen wel vaker, gelijk aan: "oh, ik heb het zó slecht gemaakt," om vervolgens een 7 te halen. Nee, als ik zeg troep is dat geen woord te veel gezegd. "We zijn gestopt met het tellen van taalfouten na de zesennegentigste," zei een lid van de beoordelingscommissie. Ze waren zo vriendelijk me meteen te vertellen dat ik het nog eens over moest doen, zodat ik me niet in allerlei bochten hoefde te wringen om mijn troep te verantwoorden.
Het commissielid wist nog geen cijfer te noemen, maar omschreef het als een "diepe, diepe onvoldoende."
Ik ben opgelucht, omdat ik een paar dagen lang tegen dat gesprek heb opgezien. Ik had op de dag van de deadline nog even vluchtig het werk bekeken en ik zag spelfouten, kromme zinnen en veel te lange teksten. Een ervan was drieduizend woorden. Vijf pagina's vol met gezemel over een onderwerp dat nergens over ging. Het was een ramp. Afgelopen weekend zat ik in een diep zwart gat, waarin ik af en toe kreunde: "ik had beter niets kunnen inleveren." Maar dan had ik dit gesprek niet gehad en daar heb ik wel wat van meegekregen. Mijn voornemens voor de ronde van nu tot augustus:
* Meer nieuws
* Binnen genres blijven
* Compacter schrijven
* Meerdere korte stukken
* Een ijkpersoon verzinnen voor elk artikel
Kortom, goed journalistiek schrijven. Het maakt natuurlijk geen moer uit dat ik nooit meer van plan ben iets in de journalistiek wil gaan doen, maar ik moet wel even laten zien dat ik het wel ooit gekund heb. En wat betreft de taalfouten...
Jullie kunnen in de volgende maanden artikelen in de mail verwachten. Ik verwacht ze met rode tekst terug. Zoals ik het ook ooit gedaan zou hebben. Lang geleden, toen ik nog zag wanneer iets fout was opgeschreven. Ik vraag me af waar dat is gebleven.
