In een college over wetenschapsjournalistiek vertelde de docent dat men vroeger dacht dat wanneer het onweerde er een god in een kar boos door de hemel reed. (Joh.) En dat we nu weten dat onweer wordt veroorzaakt door wrijvende spanningsvelden. En ik dacht: maar hoe weet ik dat? Ik kan het niet zien. Ik zie geen spanningsvelden die tegen elkaar aanwrijven, noch een boze dondergod in een kar. Toegegeven, de eerste lijkt me meer plausibel, maar mijn punt is dat ik geen van beide fenomenen met m'n eigen zintuigen kan waarnemen.
Dus ik ga voor de plausibele uitleg. Die bovendien wordt ondersteund door die flitsen van electriciteit. M'n gezonde verstand zegt dus dat er geen dondergod boven de wolken raast. Maar zo doe ik dat met zoveel dingen. Alles wat me is verteld neem ik voor een flink deel maar aan. Want je hebt toch een basis nodig, nietwaar? Anders kan ik net zo goed aan de hele realiteit gaan twijfelen.
Ik bedoel, als ik toch niet op mezelf kan vertrouwen, dan moet je wel. Je hebt nu eenmaal niet de tijd en middelen om alles zelf uit te zoeken. Je hebt geen keus dan ervan uit te gaan dat sommige dingen de realiteit zijn, de basis van je referentiekader. Dus als je het zo bekijkt, dan is het toch niet zo dom dat mensen vroeger aannamen dat er een dondergod boven de wolken raasde?
Op deze manier bezorg ik mezelf dus regelmatig hoofdpijn.
