23 maart 2006

Tentamen review

Het weer: 3°C, overcast

Om in Canadese studenten-termen te spreken: "I like, you know, totally sucked." Voor mensen die echt geïnteresseerd zijn, ziehier het gewraakte tentamen. (Klik op de afbeelding voor een grotere, leesbare versie.) De eerste twee delen gingen wel goed (twintig van de dertig punten, dus ik zou een voldoende moeten hebben.) Twee van die vragen heb ik zowaar nog besproken in mijn post gisteren. Ik moet helderziend zijn.

Maar helaas niet helderziend genoeg, want vraag drie (de drie verschillende posities van het hooggerechtshof met betrekking tot de "Committe for the Commonwealth of Canada" zaak) was me een raadsel. Ik wist een standpunt van de drie, die van mevrouw L'Heureux-Dubé. In de andere twee ben ik mezelf kwijtgeraakt in geratel (zoals ik placht te doen als ik de weg kwijt ben) over onder meer Hare Krishnas en het Arische Broederschap. En de laatste vraag vond ik nogal vreemd, gezien het feit dat de docent maar steeds bleef herhalen "I really don't care what you think." Maar dan, hij bleef paradoxaal genoeg ook maar hameren op het ontwikkelen van een eigen mening. Alsof dat überhaupt bestaat.

Ach ja, nou ja. Een student vroeg of de docent bij vraag 2-1 punten eraf telde als je woorden van de letterlijke tekst fout had. “Depends on which word,” antwoordde hij cryptisch. Gaat waarschijnlijk weer om die “reasonably and demonstrably justified”, “prescribed by law” en “free and democratic society.” Ja, niet alleen heb ik de letterlijke tekst van sectie 1 in m’n hoofd gestampt, ik begrijp zelfs wat er staat. Zie wederom de
Jip Test als u nieuwsgierig bent.

Ik gok op een 6 á 7. En dat is bijzonder slecht voor de standaard van A’s die ik inmiddels heb opgebouwd. Het laatste tentamen over vier weken is slechts één vraag en je hebt 8 kantjes om ‘m te beantwoorden. Vorige week zei de prof dat hij van de faculteit niet de vraag van tevoren mocht weggeven, maar hypothetisch zou het de volgende kunnen zijn, knipoog, knipoog. Ik moet het eens of oneens zijn met de stelling dat beperkingen in vrijheid van meningsuiting juist het concept “vrijheid van meningsuiting” soms versterkt, in plaats van geweld aandoet. En dan zes zaken erbij slepen om mijn mening te beargumenteren. Helaas weet ik nog niet zeker wat mijn mening is.

Ik zie er ergens wel iets in. Het is eigenlijk het eeuwenoude absolutisme versus pragmatisme. Is vrijheid van meningsuiting overal en altijd, of moeten er grenzen zijn aan wat je op welk moment zegt, om juist die vrijheid te garanderen? Ik word een beetje kriegelig van het idee dat een rechtsstaat gaat bepalen wat die grenzen zijn, maar het is me inmiddels ook pijnlijk duidelijk geworden dat mensen er zelf niet altijd toe in staat zijn. Vooral niet de mensen die beter zouden moeten weten: journalisten. Maar toch neig ik altijd meer naar het absolutisme. Simpelweg omdat het alternatief me niet bevalt.