Het weer: -7°C, overcast
Eens te meer een bewijs dat de goden niet meer aan mijn kant staan: Saint Patrick’s Day was smiechterig saai en deprimerend. Honderden half dronken Ieren en faux-Ieren in bars waar misschien vijftig man inpassen. Schouder aan schouder. Zweterig en lawaaierig. Een bekende paniek greep me naar de strot. Even kwam het in me op een bierfles stuk te slaan en me een weg naar buiten te steken en maaien. Een andere stem in m’n hoofd beklaagde zich erover dat er wetten tegen handvuurwapens zijn.
Stel je eens voor. Een groep van dertig man waarin tien verschillende ideeën bestaan over waar we heen moeten. Buiten min tien graden. Ellenlange discussies in de vrieskou over waar heen te gaan. Na een half uur wordt de knoop doorgehakt en halverwege worden de plannen toch maar herzien. En dat dan een keer of zes. Het dreef me krankzinnig. Ik was koud, hongerig, en derhalve bijzonder humeurig. Iedereen die wel eens met me opstap is geweest moet die stemming herkennen. Ik ben dan geen leuk gezelschap.
Meerdere malen kwam het in me op de groep gewoon te dumpen en zelf een pub te zoeken. Achteraf was dat waarschijnlijk best een goed idee geweest. Tussen acht en tien zijn we door Montréal gedwaald. Zonder doel. Zonder muts en sjaal. Zonder koffie. God, wat mis ik koffie.
Na tienen vonden we een redelijke pub. We waren inmiddels zo’n zeventig procent van de groep kwijtgeraakt. (Of zij waren ons kwijtgeraakt, ‘tis maar hoe je het bekijkt.) “Redelijk” voor sommigen was “slecht” voor mij. Lange rijen bij de bar. Lawaai waardoor je echt niets meer kon horen behalve een krakende bas. De live band later was wel beter, maar die werden verdreven door een meute dronken idioten. De bandleden hadden ze met hun gitaren tot een bloederige pulp moeten slaan toen ze de kans hadden. De wereld zou ze dankbaar zijn geweest. In plaats daarvan moesten we volstaan met een welgemeend “what the fuck’s the matter with you people?” En een terugkeer van het gedreun.
Even na enen hield ik het voor gezien en keerde ik terug naar het crappy hostel waar ik een bed had. Redelijk geslapen en de bus van elf uur terug naar Ottawa genomen. Aah, het is goed om thuis te zijn.
