18 februari 2006

Centurion

Het weer: -16°C, a few clouds

Gisteravond werden we ruw gestoord door een snerpend geluid door het hele gebouw. Brandalarm. Ik wilde net naar de WC, maar dat ging dus niet. Ik overwoog nog even de laptop los te pluggen en mee te zeulen, maar ik heb het niet gedaan. Daar kreeg ik spijt van toen ik beneden aankwamen de Community Advisors (CA's, studenten die de verdiepingen managen) zeiden: "This is not a drill."

Het was inderdaad geen oefening, maar gelukkig vals alarm. Waarschijnlijk probeerde iemand high te worden op z'n kamer en is de sok van de rookdetector geglipt (een truuk die iedereen toepast.) Terug naar boven mocht wel met de lift, maar als een stuk of vijftig mensen tegelijk voor de liften staan, neem ik liever de trap. Weer elf dubbele trappen. Een hele work-out.

Ik luister te weinig naar m'n eigen adviezen. Dat heb ik al eens vaker geconstateerd, maar ik blijf mezelf negeren. Ik had me voorgenomen gisteren de Power Hour te proberen. Dat is een milde variant van de Centurion, die ik dacht aan te kunnen. Maar ergens tijdens het proces ben ik de tel en de tijd kwijtgeraakt en heb ik de Centurion gedaan.

Het was een regelrechte ramp. M'n kater duurt nog steeds voort (twintig uur later.) Er werd overgegeven aan alle kanten, ik voelde me midden in een aflevering van Jackass. Op het laatst kon ik geen Engels meer, maar weinig zinnigs had ik toch niet meer te melden. Ik kon nog net de woorden "I'm fine, go away" uit m'n hersenen opvissen toen het ambulancepersoneel op de WC deur aan het kloppen was. Iemand is namelijk zelfs naar het ziekenhuis gebracht. Zo erg was het gelukkig niet gesteld met me, maar ik heb me wel eens beter gevoeld.

Dat doe ik dus nóóit meer. Ik kan geen bier meer zien. Als je ooit braaksel met een schuimkraag hebt mogen aanschouwen, ben je volgens mij voorgoed genezen. Ik ben te oud voor deze onzin. En ik heb een hele dag verslapen, terwijl ik nog dingen moet aanschaffen voor m'n trip naar Québec City maandag. Gelukkig zijn de winkels ook altijd op zondag open. Ik heb dringend nieuwe slippers nodig (die hostel douches vertrouw ik voor geen meter.) Wel. Goed, ik ben okay, iedereen is okay, ik ga weer terug naar bed.


Op de voorgrond Stefen en een paar toeschouwers. Dit is vlak voor hij niet goed werd. Op de bank: ik (na zo'n vijftig shots), Matt (deed verstandig genoeg niet mee) en Lucy (als scheidsrechter geconcentreerd op de digitale klok.)